• Historie

    Sommige mensen vinden geschiedenis saai, maar dat is niet van toepassing op de manier waarop Eric Zuidhoek de historie van JSV heeft beschreven! 


    De oorsprong

    Jutphaas schijnt zijn naam te danken te hebben aan de oud-Germaanse woorden ‘jut’ (veel, rijk) en ‘fasha’ (taai gras). De eerste bebouwing vindt er halverwege de middeleeuwen plaats op het huidige Kerkveld, maar of de ontginners van de groene woestenij ook een balletje trappen valt zeer te betwijfelen. Ons land kent andere volksvermaken.

    Spelregels

    Aan de overkant van de Noordzee wordt wel gevoetbald. Hele meutes lopen bij gelegenheid wild achter een bal aan. Het populaire spel krijgt een beschaafder karakter als de Engelsen zich in de negentiende eeuw over de regels buigen. Zij komen met een variant, waarin het schoppen van de bal centraal staat. De liefhebbers van stevigheid gaan als rugbyers verder en blijven de handen veel gebruiken. 

    Voetbal in Nederland

    Nederland maakt in 1879 kennis met de voetbalsport, die aanvankelijk slechts bedreven wordt door de gegoede burgerij. De gewone man (op vrouwen moet nog een poos worden gewacht) laat zich na de Eerste Wereldoorlog steeds vaker binnen de lijnen zien. Zo waagt in Juphaas anno 1922 een gezelschap onder de naam JVV een poging om zich te organiseren. Veel verder dan wat toernooien komt dit clubje niet.  

    Oprichting JSV

    Het is in deze tijd, om precies te zijn op 1 april 1926, dat de Jutphase Sport Vereniging ter wereld komt. De heren Bons, van Straten en Zwezerijnen staan aan de wieg van dit prachtige schepsel.


     

    Het begin

    De eerste wedstrijd speelt JSV nog op het huidige bedrijventerrein Plettenburg, maar al snel wordt een veld aan de IJsselsteinseweg betrokken. Doordeweeks doet de grond ??tegenwoordig het onderkomen van bouwmarkt Karwei en onderdeel van de Herenstraat?? dienst als weiland, zodat op zondagmorgen eerst de koeienvlaaien moeten worden verwijderd. Dat doen de spelers in hun voetbalkostuum, want kleedruimten zijn er niet. Wel weet clubsecretaris Van Doorn een afgedankte tramwagon op de kop te tikken om het complex wat op te luisteren.

     

    De jaren veertig

    Het houten vervoermiddel overleeft de Duitse bezetting niet. Onverlaten steken het met archief en al in brand. De katholieke voetbalvereniging Jutphania overleeft de oorlogsjaren nog wel, maar gaat 1 augustus 1945 ??na een twaalfjarig bestaan?? op in onze club. De roomsen mogen hun geestelijk verzorger weliswaar meenemen, maar van praktiseren is het zuilloze JSV niet gediend. Kapelaan Carree beperkt zich tot het trappen van een balletje. Dat doet de man trouwens zeer verdienstelijk; hij neemt in het tweede menig doelpunt voor zijn rekening.



    JSV kort na de oorlog 

    Veel spelers brengt het lintdorpje Jutphaas aanvankelijk niet op. Slechts twee elftallen en een jeugdteam verdedigen het wit en zwart van de nieuwe fusieclub. Daar komt in de jaren vijftig verandering in. JSV groeit gestaag, het eerste elftal bereikt aan de hand van trainer Jan Maree zelfs de tweede klasse en het bestuur gaat op zoek naar een andere locatie. 

    Een landbouwer die boert in de schaduw van Huis de Geer biedt uitkomst. Hij verhuurt wat grond aan het Amsterdam-Rijnkanaal (nabij de huidige tramremise), maar blijkt in het geheel niet de eigenaar te zijn. Dat is het Rijk en ook deze partij wil geld zien. De agrariër toont zich de bekende kale kip van wie niets te plukken valt.

     

    Huis de Geer

    Duizend gulden lichter verhuist JSV naar de nieuwe thuishaven, waar het zelf wat kleedkamers neerzet. De spelers dienen zich er met opgepompt koud water te douchen. En onder een armoedig afdakje kan staand een versnapering worden genuttigd. Desondanks is er aan toeschouwers geen gebrek. Veel ander vertier biedt Jutphaas de vierduizend ingezetenen op zondag niet.

    JSV op Rijnhuizen

    Zonder een traan te laten verruilt JSV in 1964 Huis de Geer voor sportpark Rijnhuizen, fraai gelegen aan het Merwedekanaal. Het krijgt er de beschikking over drie velden, een knusse houten kantine, twee trainingsveldjes en uitzicht op het dorp aan de overkant van het water. Dat breidt zich eerst met hoogbouw uit in Wijkersloot en versmelt in 1971 met buurdorp Vreeswijk tot Vinex groeistad Nieuwegein. 6900 Jutphanezen maken de overstap mee.

     

    Vrouwenvoetbal bij JSV

    JSV speelt handig op de ontwikkelingen in. De zondagclub tuigt in 1967 een zaterdagafdeling op en vijf jaar later loopt het eerste dameselftal op Rijnhuizen rond. Door de expansie van Nieuwegein-Noord groeit ook JSV uit zijn jasje en in 1986 kunnen de verhuisdozen weer worden gepakt. Onze club verkast naar het ruimere sportpark Blokhoeve, terwijl de hockeyers van MHCN de omgekeerde beweging maken. Zij spelen vandaag de dag nog altijd op Rijnhuizen.

    Blokhoeve

    Tientallen leden bouwen in hun eigen tijd een stenen clubhuis op het nieuwe onderkomen. Het eerste zondagelftal voelt zich er dan ook direct thuis. Het uit eigen jeugd opgetrokken team stoomt in vijf jaar tijd op van de vijfde klasse (dan nog de hoofdklasse van de in 1996 opgeheven onderbond) naar de tweede klasse. Die opmars vindt grotendeels plaats onder de nieuwe naam JSV Nieuwegein, die de vereniging in 1988 aanneemt.



     

    Ook het eerste vrouwenelftal wekt aanzien en maakt in 1994 zelfs onderdeel uit van een nieuwe landelijke topklasse, die door de KNVB aanvankelijk Eredivisie wordt genoemd. Twee jaar later valt het team uiteen. De JSV-vrouwentak moet daarna welhaast van de grond af aan opgebouwd worden, wat gelukkig ook gebeurt.

    De neergang van de sterke zondaglichting bij de mannen verloopt geleidelijker. Aanvankelijk pendelt het, net als in de vijftiger jaren, heen en weer tussen de tweede en derde klasse. Uiteindelijk wordt het op vierde klasseniveau bijgehaald door ‘de zaterdag’, dat oorspronkelijk een minder prestatiegericht karakter had.


     

    Sportpark Galecop

    Ook het verblijf op Blokhoeve is geen lang leven beschoren. De gemeente wil er huizen bouwen en biedt ter compensatie een nieuw complex in de nieuwe wijk Galecop aan. Dat blijkt een mooie ruil, want JSV krijgt er twee velden bij. Eén wordt zelfs met kunstgras bekleed en datzelfde gebeurt met de ‘Arena’, een speelveldje voor vijfjarigen. Zij gaan er als zogeheten Kabouters onderling ballen, nadat de club in 2005 sportpark Galecop betrekt. Ter omlijsting wordt het wat stoffige clublogo vervangen een strakker exemplaar. Bovendien gaat JSV, ietwat aarzelend, het wereldwijde web op.


    Wat brengt de toekomst?

    Inmiddels is de clubsite vervangen door de versie die je nu onder ogen hebt. We hopen er veel ‘nieuwe historie’ op te mogen schrijven.