• Anno 1928: de opmaat tot promotie

    Oorspronkelijk gepubliceerd op 13 juli 2011

     

    Het seizoen 1927/1928 is het tweede in het bestaan van JSV. Wederom maakt het eerste elftal deel uit van de derde klasse A van de UPVB, waarin het drie bekenden uit het eerste jaar (Sperwer, Vreeswijk en WUT) en vier nieuwelingen (Breukelen, Maartensdijk, Schalkwijk en WDO) tegenkomt.

    DEV en Minerva zijn inmiddels opgeklommen naar de tweede klasse en ‘IJsselstein’ (lees: VVIJ), op 26 september 1926 de allereerste tegenstander van JSV in competitieverband, heeft de UPVB de rug toegekeerd.

    Gerard Klomp, de voorzitter van de commissie Verleden-Heden-Toekomst (VTH) van VVIJ licht desgevraagd toe dat de club “overgestapte van de UPVB naar de IVCB (Interdiocesane Voetbal Competitie Bond). Dit was onder druk van de kerk omdat VVIJ een rooms-katholieke vereniging was en nog steeds is.” Op onze vraag of JSV ook bij de IJsselsteiners als tegenstander van het eerste uur te boek staat antwoord Klomp dat “binnen de vereniging niet alles bewaard is gebleven. Met name in de oorlogsjaren is veel meegenomen naar particulieren en helaas niet allemaal teruggekomen.”

    De eindstand is ons niet bekend, maar JSV doet het in 1927/1928 beter dan tijdens het debuutseizoen, waarin het als laatste eindigde. Bij Schalkwijk wordt op 3 maart 1928 met 5-0 gewonnen, met Vreeswijk worden in Jutphaas de punten gedeeld (0-0) en de latere kampioen Breukelen wordt op 26 februari met een 2-0 nederlaag naar huis gestuurd. Breukelen grijpt de titel overigens pas na een beslissingswedstrijd tegen Vreeswijk (3-1). De nederlaag ten spijt schuift onze buurclub na de zomer van 1928 aan bij de tweede klasse van de UPVB. Tot haar eigen verbazing, zo lezen we in een jubileumboek van Vreeswijk uit 1986.   

    Tijdens de zomer zelf wordt sportminnend Nederland vermaakt met de Olympische Spelen, die worden gehouden in Amsterdam. De voetballers van Uruguay krijgen net als vier jaar eerder het goud omgehangen; overigens anderhalve maand vòòr de openingsceremonie op 28 juli. Het typeert de relatie tussen de Spelen en de voetbalsport, die nooit innig is geworden.

  • Het Nederlands elftal, dat tijdens de eerste drie Spelen voor landenteams (in 1908, 1912 en 1920) nog beslag legt op het brons, is snel klaar met het voetbaltoernooi. Titelverdediger Uruguay schakelt de gastploeg al in de eerste ronde uit. Als doekje voor het bloeden mag Oranje-captain Harry Dénis bij de opening van de Spelen namens alle deelnemers de Olympische eed afleggen (zie foto).

    JSV 1 pakt op zondag 23 september de draad vrolijk op. Het opent op eigen terrein het seizoen 1928/1929 met een 3-2 overwinning op Maartensdijk. Dat vormt de opmaat voor promotie naar de tweede klasse een klein jaar later. Ook JSV 2 brengt de bal weer aan het rollen, maar een derde elftal krijgt men niet meer op de been. Misschien loopt er in het najaar van 1928 wel een jeugdelftal op de velden aan de Doorslag rond. Een eerste bewijs van het bestaan hiervan komen we overigens pas tegen in de Bilthovensche Courant van 1934. Daarin wordt een adspirantenwedstrijd tussen BVC en JSV aangekondigd.

    Huib van Straten verdient volgens Arie Terlouw de credits voor het ontstaan van een jeugdafdeling. Van Straten kennen we nog van de allereerste wedstrijd, die JSV op 1 mei 1926 speelde. Ook Teun Bons stond toen als medespeler aan de aftrap. In 1928 maakt Bons zijn opwachting in het JSV-bestuur. We kunnen je niet vertellen of hij Van Straten aan de bestuurstafel tegenkomt. Dankzij het boekje ‘Jutphaas, terugblik en toekomst’ van Jan Schut (uitgegeven in 1992) weten we wel dat Huibert G. van Straten metselaar is en dat hij van november 1930 tot februari 1934 in de Wilhelminastraat (tegenwoordig de Stormerdijkstraat) woont. In 1934 verhuist hij naar Utrecht.

    Anno 1928 hebben de straten overigens nog geen officiële namen, zo weten we van Jan Schut. Het gemeentelijk grondgebied van Jutphaas is van oudsher ingedeeld in zes wijken, die worden aangeduid met de letters A tot en met F. Per wijk hebben de woningen een nummer.

    Het JSV-terrein ligt in wijk A, waartoe naast de IJsselsteinseweg onder meer de Dorpsstraat, de Herenstraat, ’t Sluisje en de Utrechtsestraatweg behoren. De Galecopperdijk en de Nedereindseweg maken deel uit van wijk C, de Bongenaar en Plettenburg van wijk D.

    Pas op 1 november 1930 stapt de gemeente van de steeds onhandiger wordende wijkindeling af. De straten krijgen een formele naam en de nummering van de woningen beperkt zich tot die straten.

    Op 11 maart 1928 zijn de radiobezitters in Jutphaas getuige van het allereerste rechtstreekse verslag van een voetbalwedstrijd. Reporter Han Hollander praat op meeslepende wijze de interland Nederland-België (1-1) vol en neemt de jaren daarna meer dan vijftig Oranje-duels voor zijn rekening. Mogelijk houdt Hollander in 1938 de luisteraars aan de radio gekluisterd, als Gerard van Leur Nederland in Denemarken op voorsprong zet.

    Hoe die wedstrijd is afgelopen heb je in de laatste Anno op 24 juni jl. kunnen lezen. Ook vertelden we je toen wat de nazaten van Gerard van Leur voor JSV betekenden, zonder de namen van Rob en Ton te laten vallen.

    Maar ook zij droegen hun steentje bij aan de successen van het elftal van de Van Leurtjes. Rob deed dat in de beginjaren, maar een hartkwaal dwong hem tot stoppen. Zijn jongere broer Ton (die in oktober 50 wordt) vertoonde in de nadagen van zijn carrière én die van het team zijn niet geringe kunsten. Ton schopte het tot Jong Oranje (hij speelde met Ruud Gullit en Wim Kieft tegen Oost Duitsland) en stond in 1982/1983 onder contract bij FC Utrecht, waarvoor hij drie eredivisieduels uitkwam. Daarna diende hij een aantal jaren eerste divisionist Wageningen.

     

    Bron: Eric Zuidhoek